10 Is homoseksualiteit te genezen?
Deze vraag suggereert dat homoseksualiteit een ziekte is. Dat is niet zo. Wel is het jarenlang als (psychische) ziekte beschouwd. 'Homoseksualiteit' is oorspronkelijk dan ook een medische term. Psychiaters en andere dokters kwamen er aan te pas om het te onderzoeken en te 'genezen' of af te leren (zie ook vraag 11) . Pas in 1973 werd homoseksualiteit als psychische stoornis verwijderd uit de dsm, een veelgebruikt Amerikaans handboek voor psychiaters en andere hulpverleners. En nog steeds zijn er mensen die hun zoon of dochter naar de dokter sturen, zodra hij of zij homoseksuele gevoelens blijkt te hebben. Ook zijn er religieuze of politieke groepen die het mensen willen afleren of hen willen 'genezen'. Er zijn ook mensen die zeggen dat ze genezen zijn: ze waren ooit homo of lesbisch en leven nu als hetero. Maar wat iemand diep van binnen voelt, is niet zomaar te veranderen. Mensen kunnen anders gaan leven en ervoor kiezen niks met hun gevoelens te doen maar dat gebeurt vaak onder druk van de omgeving. Als homoseksualiteit geaccepteerd zou zijn, zou niemand het willen genezen.
Silvia (20 jaar): 'Mijn vader deed er het moeilijkst over en hem zie ik niet meer. Hij deed me zo'n pijn met de dingen die hij zei. [...] Vlak na mijn coming out zei hij: "Ik ga in het buitenland op zoek naar een pilletje zodat je weer normaal wordt."' [Meidenboek, p. 71]
Leyla (27 jaar): 'Ik maakte hem duidelijk dat ik al vanaf mijn veertiende lesbisch ben en dat ik altijd lesbisch zou zijn. Dat Allah mij met deze geaardheid heeft geschapen en dat ik daar niets aan kan veranderen. Maar mijn vader was van mening dat het een ziekte zou kunnen zijn en hij wilde dat ik met de huisarts ging praten. Ik was verontwaardigd, mijn ouders zijn progressief denkende mensen maar nu waren ze zo kleingeestig. Om ze gerust te stellen, bracht ik een bezoekje aan de dokter. Ik vertelde haar dat ik lesbisch ben, dat ik op verzoek van mijn ouders hier was, en ik vroeg of ze een medicijn voor me had. We schoten allebei vreselijk in de lach.' [Mijn geloof en mijn geluk, p. 70]
|