41 Hoe vertel je je ouders over je homoseksuele gevoelens?
Het is voor de meeste mensen best eng om aan hun ouders te vertellen dat ze homo of lesbisch zijn. Dat is ook logisch, je weet nooit hoe ze zullen reageren. Uit de kast komen naar je ouders begint dus met het inschatten van hun reactie. Soms kennen kinderen de houding van hun ouders tegenover homoseksualiteit wel, omdat die zich eerder hebben uitgesproken over de buurjongen of de lesbische lerares. Dat hoeft echter geen garantie te zijn. Zo kunnen ouders die heel aardig zijn tegen de homobuurjongen, het van hun eigen kind minder goed accepteren. En andersom zijn er ouders die heel negatief reageren op homoseksualiteit in het algemeen, maar zo veel van hun kind houden, dat ze daarom ook zijn of haar homoseksualiteit accepteren. Uiteindelijk accepteren bijna alle ouders de homoseksualiteit van hun kind, alleen kan de weg daar naartoe soms erg moeilijk zijn (zie ook vraag 42). Maar zeker weten kun je dat van tevoren helaas niet.
Het moment en de manier waarop mensen het hun ouders vertellen, kan verschillen. Sommigen doen het in de vorm van een gesprek. Dat kan heel formeel zijn: 'Pap, mam, ik moet jullie iets vertellen...' Als je het op die manier wilt vertellen, moet je daar ook echt aandacht voor vragen. Wachten op het juiste moment heeft weinig zin, want dat komt nooit. Dat moment moet je maken, door je ouders voor te bereiden op een serieus gesprek. 'Na de afwas wil ik jullie iets vertellen.' Of: 'Ik kom vanmiddag langs, want ik wil iets met jullie bespreken, wat jullie misschien niet leuk vinden.' Als je het op die manier aankondigt, kun je ook niet meer terug. Tijdens het gesprek moet het hoge woord eruit. Daarbij is het vaak lastig om het woord 'homo' of 'lesbisch' te gebruiken, omdat die woorden zo definitief klinken. Ouders kunnen er associaties bij hebben die ver van henzelf en hun kind afstaan. Veel mensen vertellen het daarom anders. 'Ik val op meisjes/jongens' of 'Ik ga nooit trouwen en kinderen krijgen' zijn bijvoorbeeld andere manieren. Als je een vriendje of een vriendinnetje hebt, kan het makkelijker zijn. Je bent verliefd, dus je bent zeker van je zaak. Veel mensen kiezen er daarom voor om het dan pas te vertellen.
Veel ouders reageren in eerste instantie geschrokken. Ze zijn bang voor de toekomst van hun kind (zie ook vraag 42). Op den duur accepteren de meeste ouders het echter wel. Daarom is het belangrijk dat zij na de coming out van hun kind de tijd krijgen om hun beeld bij te stellen en eventueel extra vragen te stellen. Net als hun kind kunnen ze zich ook verward voelen. Homo's en lesbo's zelf hebben vaak al een langere tijd aan het idee kunnen wennen maar hun ouders horen het net. Ook kan iemand zijn of haar gevoelens meer indirect laten merken door bijvoorbeeld een tijdschrift te laten rondzwerven of andere hints te geven. Zulke hints kunnen aanleiding zijn voor een gesprek. Sommige mensen schrijven een brief/e-mail aan hun ouders. In een brief/e-mail kun je in je eigen tempo vertellen wat je kwijt wilt. Niemand praat er doorheen en je wordt niet afgeleid door de emoties van je ouders. Je hebt meer ruimte om je verhaal te doen, en je ouders kunnen het later ook nog eens nalezen. Je kunt beschrijven dat je niet veranderd bent.
Voor sommige homo's en lesbo's geldt dat ze eerst een goede vriend, broer, zus, leraar, lerares, oom of tante in vertrouwen nemen, voordat ze het aan hun ouders vertellen. In sommige situaties kan het helpen als die persoon erbij is, wanneer hij of zij het aan de ouders vertelt. Ook kun je die persoon er alleen op uit sturen om het nieuws te brengen. Andere homo's en lesbo's vertellen het aan de ene ouder maar niet aan de andere. En sommige mensen vertellen het niet, maar laten het merken. Ook zonder woorden kan iemand namelijk veel zeggen. Iemand kan door zijn of haar gedrag laten weten niet geïnteresseerd te zijn in een heterorelatie.
Leyla (27 jaar): 'Zes jaar geleden op 5 mei zijn mijn ouders op de hoogte gebracht van mijn liefde voor vrouwen. Ik had bewust voor deze dag gekozen, omdat ik hoopte dat het mijn persoonlijke bevrijding zou worden. Zelf durfde ik de confrontatie met mijn ouders niet aan en mijn zus nam die taak op zich. Met een vriendin dook ik een café in en mijn zus ging naar huis. Na een paar uur liep ze met een glimlach op haar gezicht het café binnen. Mijn vader en moeder waren geschrokken maar ze hadden wel heel kalm gereageerd.' [Mijn geloof en mijn geluk, p. 69-70]
Paulo (18 jaar): 'Als ouders hun oren en ogen gebruiken, weten ze het gauw al eerder dan hun kind. Zo'n gesprek gaat gauw de kant uit van schuld bekennen: "Ha pap en mam, ik moet iets vertellen wat jullie niet zo leuk vinden om te horen. Ik ben homo. Erg hè? Maar blijven jullie toch van me houden?" Ik heb het nooit aan mijn ouders gezegd. Wel altijd mijn vrienden gewoon mee naar huis genomen. En als ik zin had om in het bijzijn van mijn ouders een vriendje te zoenen, dan deed ik dat. Mijn zus deed dat met haar vriend toch ook.'
Elmar (22 jaar): 'Voorzichtig begon ik met het inlichten van mijn omgeving. Vooral bij mensen om wie ik veel gaf, had ik de grootste moeite te vertellen over mijn seksualiteit. Maar zij waren niet het grootste obstakel; dat waren mijn ouders. Ik wist dat ze waarschijnlijk goed zouden reageren maar toch durfde ik niet. [...] Ik schreef een brief met daarin het hele verhaal. Opsturen vond ik laf, dus ging ik het eerstvolgende weekend naar huis, vastberaden om mijn geheim te verklappen. Ik was zó nerveus dat ik er helemaal naar van werd. Mijn vader haalde me op van het station en begon gelijk met zijn gebruikelijke grapjes: 'Ben je nu lesbisch of hoe zit dat?' Hij wist het gewoon al, maar die grapjes kon ik op dat moment niet gebruiken. Mijn moeder zag meteen dat er iets was, maar ik moest zelf het moment kiezen. Na het eten bleven mijn moeder en ik even napraten onder het genot van een kop thee. Midden in het gesprek gaf ik haar die brief. Haar reactie was heel positief. Ze moest het natuurlijk wel even een plekje geven, dat is logisch. Eigenlijk was mijn moeder voor mij het grootste obstakel. Nu zij het wist en ik haar goedkeuring had, kon de rest van de wereld me niet meer schelen.' [Meidenboek, 1999, p. 32]
|